Alles over Harlingen

Deel

Zie ook

Historische kaarten van HarlingenGewest: Polders, dijken en terpenlandRegio: De Westelijke BouhoekeFoto's van HarlingenHistorische foto's van HarlingenBezienswaardigheden in Harlingen

Harlingen

Volgens velen is Harlingen de mooiste van de Friese Elfsteden. Over smaak valt natuurlijk niet te twisten, maar Harlingen heeft in elk geval iets wat de andere tien niet hebben: de unieke sfeer van een echte havenstad. Tijdens het watersportseizoen is Harlingen een levendige, bruisende stad. Maar ook in de winter zorgen de verschillende havens voor ‘leven in de brouwerij’.

De ruim 500 (!) monumenten die de stad kent, weerspiegelen het rijke verleden. Dat historische decor herbergt niet alleen tal van schilderachtige plekjes, maar ook een keur aan bijzondere winkels, gezellige cafés, goede restaurants, verschillende musea en een flink aantal galeries. Een paar keer per jaar zorgen bijzondere evenementen voor extra gezelligheid: de Zoutsloter Kerstmarkt, het ‘Lanenkaatsen’ (derde week van juni) en de Visserijdagen (eind augustus).

Met de zee direct naast de deur biedt Harlingen natuurlijk prachtige mogelijkheden voor verschillende vormen van watersport: zeilen, vissen, surfen, zwemmen, etc.
Maak eens een rondvaart langs de singels en de havens. Of ga een dagje naar Vlieland of Terschelling; wanneer u gebruik maakt van de sneldienst is dat prima te doen.

Blijft u liever aan wal? Neem dan de moeite om ook de prachtige omgeving van de stad eens te verkennen. In het open zeekleilandschap herinneren verspreid liggende terpen en oude dijken aan de eeuwenlange strijd tegen het water. De rust is er overweldigend en de vergezichten magistraal. Een beroemde terp is die van Wijnaldum, waar in het verleden bijzondere archeologische vondsten zijn gedaan. Een bezoekje aan het archeologisch steunpunt is voor jong en oud de moeite waard. Speciaal voor kinderen bevelen wij Aeolus aan, een avontuurlijk ontdekkingscentrum en speelparadijs in Sexbierum. Even verderop, bij Oosterbierum, ligt de beroemde Slachtedyk die zich vanaf hier ruim 42 kilometer lang door het Friese landschap slingert.

© FrieslandWonderland

Historie van Harlingen

De stad Harlingen heeft groei en bloei aan de zee te danken. Het was aanvankelijk een buurschap van vissers en schippers die bij het kerkdorp Almenum hoorde. In 1234 zou Harlingen stadsprivileges hebben gekregen. Handel op Engeland, Hamburg, Scandinavië en andere Oostzeelanden bracht voorspoed. In 1500 werd een eerste haven gegraven.

In de tweede helft van de 16de eeuw groeide de stad explosief: zij verviervoudigde in oppervlak, er kwam een vesting omheen en werd voorzien van een tweede ruime binnenhaven. De rijkdom drukte de stad uit in fraaie stadspoorten in renaissancestijl en een stadhuis. De poorten zijn in de 19de eeuw gesloopt. Er kwam een reeks eveneens indrukwekkende ijzeren bruggen voor in de plaats. Aan de Voorstraat staat de 16de-eeuwse raadhuistoren die vaak is vernieuwd. Hij draagt de patroonheilige van de stad, Sint-Michaël. De aartsengel staat ook in de voorgevel van het stadhuis aan de Noorderhaven dat in 1730 door stadsbouwmeester Hendrik Norel in barokstijl is verbouwd.

Aan de zuidzijde van de Noorderhaven staat een aantal pakhuizen, zoals het in oorsprong 17de-eeuwse pakhuis Java, met een fraaie tuitgevel uit de 17de eeuw, en een huis met een trapgevel uit 1694. Het pronkje is het pakhuis bij de Roepersteeg met een trapgevel en gevelstenen met Venus, Ceres, Bacchus en Aeolus. Aan het einde van de Noorderhaven ligt de Grote Sluis die oorspronkelijk uit 1524 dateert, maar daarna verschillende malen is vernieuwd. Op de landhoofden vier schildhoudende leeuwen met stadswapen geplaatst. Aan de noordzijde van de Noorderhaven staan veel voorname woonhuizen en indrukwekkende pakhuizen. Een pand heeft een verrassing op het dak, want de dakkapel wordt geflankeerd door Neptunus en Mercurius. Verder staat er een pand met een bekroning met een gevelbreed fronton waarop voorstellingen van handel en scheepvaart.

Ten noorden van de Noorderhaven ligt de kleine Zoutsloot als waterader van de regelmatige stadsuitbreiding uit het einde van de 16de eeuw. De schilderachtige grachtenhuizen uit de 17de en vooral 18de eeuw zijn systematisch gerestaureerd, ook de bescheidener exemplaren. Aan de oostelijke binnenstadsrand ligt de Engelse Tuin, het stadspark dat vanaf 1843 werd aangelegd op de deels afgegraven vestingwallen, want die waren als werkgelegenheidsproject ontmanteld. Het Franekereind bezit op de kaden een keur aan gevarieerde monumentale panden, onder meer het Heerenlogement en het hoekpand aan de William Boothstraat met een 18de-eeuwse ingangspartij, de fraaiste van Harlingen.

De oudste toren van Harlingen, die van de Grote Kerk of de Dom van Almenum dateert al uit het einde van de 12de eeuw. Het is de tufstenen toren van het oude dorp Almenum. De kerk werd in de 18de eeuw op initiatief van het stadsbestuur afgebroken. Er kwam in 1772- "75 een nieuwe kerk achter de toren, een zeer hoge kruiskerk. Het eenvoudige gebouw is gemetseld van gele steentjes, ongetwijfeld uit een Harlinger steenbakkerij. Inwendig is in een groots versieringsschema in Lodewijk XVIstijl de excellente kansel- en orgelpartij van A.A. Hinsch met snijwerk van J.G. Hempel het hoogtepunt.

Voorbij de oude (gedempte) waterlopen Lanen en Schritsen strekt zich de in 1597 gegraven Zuiderhaven uit. Aan de zuidzijde lagen ooit de werven van de Friese admiraliteit. De noordzijde wordt gedomineerd door de Sint-Michaëlskerk, een grote neogotische kruisbasiliek (1881) met een hoge toren die het silhouet van de stad samen met die van de Grote Kerk in sterke mate bepaalt. Aan de Grote Bredeplaats prijkt een van de mooiste pakhuizen: ‘De Blauwe Hand’. Aan de Voorstraat staat een verscheidenheid aan monumentale panden, onder meer dat van museum het Hannemahuis waarin de geschiedenis van de stad wordt gepresenteerd.

Harlingen heeft lang gevangen gezeten binnen de stadsgrachten, maar in de 20ste eeuw zijn er stadsuitbreidingen gekomen. Eerst in het oosten (begin van de eeuw) en noordoosten (vanaf jaren twintig) en later ook in het zuiden (meteen na de oorlog), spoedig gevolgd met uitgestrekte wijken aan de andere zijde van de autoweg N31. Aan de zeezijde kwamen achtereenvolgens Voorhaven, Nieuwe Willemshaven, Visserijhaven en Industriehaven tot stand. Recent kon een tweede, grote industriehaven in de Riedpolder worden gegraven.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © FrieslandWonderland

Harlingen op ToeristenkaartFryslân