Achter Stavoren

Deel

Achter Stavoren

Het zuidwestelijke puntje van het Friese vasteland is een intrigerende regio. Met de auto is het een uithoek waar je niet snel komt. En het boemeltje Sneek - Stavoren vervoert ook geen grote drommen mensen. Het is dan ook een prachtig, verstild gebied. De weldadige rust van tegenwoordig staat in schril contrast met het roerige en bedrijvige verleden.

Al in 991 werd Stavoren geplunderd door de Noormannen. Blijkbaar was het in die tijd al een welvarende, rijke stad. Dankzij de strategische ligging aan de Zuiderzee was Stavoren in de dertiende eeuw zelfs uitgegroeid tot de belangrijkste stad van Friesland. Toen de Hollandse graaf Willem IV in 1345 Stavoren wilde veroveren, liet hij een deel van zijn vloot ten noorden van de stad landen. De rest van het leger landde bij Laaksum en zou via Warns naar Stavoren oprukken. De veldslag die daarop volgde, is later beroemd geworden als de Slag bij Warns, die eindigde in een jammerlijke nederlaag voor de Hollanders en de dood van graaf Willem. De weg van Scharl naar Warns, waarlangs de Hollandse ridders hun ondergang tegemoet gingen, heette tot ver in de twintigste eeuw nog "de ferkearde wei" (de verkeerde weg) en wordt in de volksmond nog steeds zo genoemd. Bij het monument op het Rode Klif, een zwerfkei met de tekst "Leaver dea as slaaf" (liever dood dan slaaf), wordt de slag ieder jaar op de laatste zaterdag van september herdacht.

Stavoren kende perioden van grote bloei, maar ook van neergang en verval. Dat is ook het onderwerp van de prachtige sage van Het Vrouwtje van Stavoren. Bij de oude haven staat een beeld van deze hooghartige, rijke weduwe die, zo wil het verhaal, het ontstaan van het Vrouwenzand op haar geweten heeft: een ondiepte voor de kust die de scheepvaart hinderde en zo de oorzaak zou zijn voor de neergang van het stadje.

Aan het begin van de negentiende eeuw was Stavoren niet veel meer dan een onbetekenend vissersdorp. Een nieuwe impuls was de spoorverbinding met Sneek (1885) en vooral de veerdienst op Enkhuizen die een jaar later van start ging. In 1888 vond een botsing plaats tussen de twee stoomraderboten "Friesland" en "Holland". Díe "slag" was voor Holland: de "Friesland" verdween jammerlijk in de golven. In 1899 werd de eerste van drie stoomponten in gebruik genomen waar treinwagons op konden worden gereden. In 1916, het topjaar, werden maar liefst 340.000 passagiers en 43.000 goederenwagons overgezet.

Tegenwoordig is Stavoren een sluimerend, prachtig IJsselmeerstadje dat vooral in de zomer tot leven komt dankzij het watersporttoerisme. Maar ook voor niet-bootjesmensen is het stadje een bezoek meer dan waard. Proef al wandelend de unieke sfeer. Stap eens binnen bij Atelier Basalt, Kunsthuis Stavoren of Galerie De Staverse Jol. Of neem een kijkje in Toankamer "t Ponthûs. En wilt u toch het water op, maak dan met de huidige, toeristische veerdienst een oversteek naar Enkhuizen.

Ook Molkwerum en Warns waren vroeger, dankzij de handel en zeevaart, welvarende plaatsen. Vanwege de eilandjes waarop het gebouwd werd, stond Molkwerum lang bekend als het "Friese Doolhof" of "Venetië van het Noorden". Een andere bijnaam was "Heksenhol", waarmee gerefereerd werd aan de vrouwen van wie de mannen vaak lang op zee verbleven. Het dorp stond bekend om de handel in zwanenpekelvlees en had een eigen vertegenwoordiging in Amsterdam. Sinds 1916 wordt in het dorp de beroemde Molkwarder Koeke gemaakt, een specifiek Friese lekkernij. In de oorspronkelijke bakkerij is tegenwoordig een Oudheidkamer met theeschenkerij gevestigd.

Warns kent nog een aantal zogenaamde "grootschipperwoningen". Tegenwoordig zijn het vooral schippers van pleziervaartuigen die het dorp als thuishaven hebben. Er zijn verschillende toeristische overnachtingsmogelijkheden en een aantal ateliers en galerieën.

Behalve vanwege de rijke en roerige geschiedenis en de huidige toeristische faciliteiten is het gebied ook, en misschien wel vooral, een bezoek waard vanwege het prachtige landschap, de natuur en de rust. Het hooggelegen Rode Klif, het schilderachtige haventje van Laaksum, de laaggelegen Sudermarpolder, de voormalige zeedijk, de buitendijkse natuurgebieden Mokkebank en Bocht van Molkwar en het weidse IJsselmeer, dat door de plaatselijke bevolking niet voor niks nog steeds "de See" (de zee) genoemd wordt Dat alles vormt het schitterende decor waarin u heerlijk kunt fietsen, wandelen of skeeleren.

Tekst: © FrieslandWonderland • Foto: © Marica van der Meer

Achter Stavoren' op ToeristenkaartFryslân