Schoterland

Deel

Schoterland

De naam van deze regio is ontleend aan de gelijknamige, voormalige gemeente, waarvan dit gebied grofweg de oostelijke helft vormde. Schoterland was in de negentiende eeuw ook de naam van één van de kiesdistricten in Friesland. Dit district koos in 1888 Ferdinand Domela Nieuwenhuis als eerste socialist ooit in de Tweede Kamer. Deze dominee, vrijdenker, socialist en anti-militarist had zich bijzonder ingezet om de erbarmelijke leef- en arbeidsomstandigheden van de veenarbeiders in het gebied te verbeteren. De ontginning van de veengronden heeft een belangrijk stempel gedrukt op de (sociale) geschiedenis van het gebied. En in het hedendaagse landschap is de afdruk van dat stempel nog steeds zeer duidelijk zichtbaar.

Ten behoeve van de afvoer van de turf was in het midden van de zestiende eeuw bij Heerenveen begonnen met het graven van de Schoterlandse Compagnonsvaart. Die vaart werd in de loop van de eeuwen stukje bij beetje in oostelijke richting doorgetrokken. Omdat het daarbij langzaam omhoog liep, waren sluizen nodig. De eerste sluis kwam bij het huidige Bontebok, de tweede ten noorden van Oudehorne en de derde bij het huidige Jubbega, dat tot ver in de twintigste eeuw werd aangeduid als Derde Sluis. Aan weerskanten van de hoofdontsluiting ontstond een regelmatig stelsel van kleinere vaarten en sloten en, in de hoger gelegen gebieden, weggetjes. Bij het geven van namen aan al die zogenaamde "wijken" was de vindingrijkheid niet overal even groot: in de Hoornsterzwaagstercompagnie, het gebied ten oosten van Jubbega, kwam men niet verder dan "1e Wijk", "2e Wijk" enzovoort, tot en met "19e Wijk".

Na het afgraven van het veen was het land op de meeste plaatsen niet direct geschikt om te gebruiken: in de lager gelegen gebieden was het te nat of stond het zelfs onder water, en de hoger gelegen zandgronden waren niet erg vruchtbaar. Het landschap lag er nogal desolaat bij en veel bewoners leidden een kwijnend bestaan. Stukje bij beetje werd het land in cultuur gebracht, veelal door de bewoners zelf. Doordat er sprake was kleinschaligheid en een langzame ontwikkeling, kreeg tegelijkertijd de natuur gelegenheid om zich te herstellen.

De ontstaansgeschiedenis heeft geresulteerd in een prachtig, gevarieerd landschap waarin enerzijds de invloed van de mens heel duidelijk zichtbaar is en anderzijds de natuur opnieuw een nadrukkelijke plek veroverd heeft. Een rechtlijnige infrastructuur en systematische verkaveling, open graslandgebieden, kleinschalige landerijen omgeven door boomwallen, bos, heideHet landschap kent hier vele smaken, die zich op meerdere manieren laten proeven: per fiets, te voet, te paard, per boot of kano.

Het gebied telt twee "officiële" natuurgebieden. Ten westen van Nieuwehorne ligt het Ketliker Skar, een zeer afwisselend, ruim 400 hectare groot natuurgebied dat bestaat uit heide, grasland, water en cultuurbos. Behalve enkele wandelroutes heeft beheerder It Fryske Gea hier ook een rondgaand rolstoelvriendelijk pad aangelegd van circa 2,5 kilometer. Ten zuidoosten van Oudehorne liggen de Kiekenberg en het Tolheksbos, die beide deel uitmaken van het natuurgebied Tjongervallei.

De dorpen Nieuwe- en Oudehorne organiseren jaarlijks, op de laatste zaterdag van september het zogenaamde Flaeijelfeest (Flaeijel = dorsvlegel). Tijdens dit traditionele oogst- en dorsfeest worden alle facetten van het vroegere leven op het platteland ten tonele gevoerd. Het evenement trekt jaarlijks tienduizenden bezoekers.

Deze unieke regio met haar sociaal bewogen geschiedenis, haar door mensenhanden gevormde structuur, haar voel- en zichtbare cultuurhistorie én haar landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten had eigenlijk ook in één woord samengevat kunnen worden: intrigerend! Want wie kan zijn nieuwsgierigheid en fantasie nog bedwingen bij het lezen van namen als Bontebok, Spekpôlledraai, Belgische Wijk, Luxemburg, Prikkedaam en Sing Sang (een weggetje tussen Bontebok en Jonkerslân).

Tekst: © FrieslandWonderland • Foto: © FrieslandWonderland

Schoterland' op ToeristenkaartFryslân