Ten zuiden van de Lende

Deel

Ten zuiden van de Lende

De zuidelijke grensstreek van Friesland is een gebied vol afwisseling: open gras- en akkerland, houtwallen, bos, heide, moeras en water. Het gevarieerde landschap gaat hand in hand met een rijke natuur en een zeer boeiende cultuurhistorie. Hier lopen Friesland, Drenthe en Overijssel vrijwel ongemerkt in elkaar over. Het punt waar de provinciegrenzen elkaar raken, ligt "in the middle of nowhere" en is alleen herkenbaar aan een (overigens niet gemakkelijk te vinden) grenspaal.

Een zandrug tussen Oldemarkt en Noordwolde vormt de oudste ontginningsas in het gebied. De reeks dorpen langs deze as ontstonden eeuwen geleden al. Begin zeventiende eeuw werd begonnen met het afgraven van de veengronden. Ten behoeve van de afvoer van de turf werden vanuit Steggerda, Vinkega en Noordwolde vaarten gegraven naar de Lende. Het hoogtepunt van de vervening lag tussen 1650 en 1750; in 1800 was het rond genoemde dorpen vrijwel gedaan met de turfproductie. Na verloop van tijd werd een nieuwe bron van inkomsten gevonden in de rietvlechterij, die zich aan het eind van de negentiende eeuw ontwikkelde tot een serieuze bedrijfstak. In Noordwolde werd in 1912 de Rijksrietvlechtschool opgericht, waarin tegenwoordig het Nationaal Vlechtmuseum gevestigd is.

Evenwijdig aan de grens met Drenthe en Overijssel loopt een lange, rechte weg met de intrigerende naam Vierdeparten. In de tijd van de turfgraverij liep langs die weg een vaart die de Steggerdavaart, de Vinkegavaart en de Noordwoldervaart met elkaar verbond. Om van die dwarsvaart gebruik te maken, moest pacht betaald worden: éénvierde part (= deel) van de hoeveelheid per schip vervoerde turf. In de negentiende eeuw, toen de turfwinning beëindigd was, werd de grond aan weerskanten van de weg aangekocht door de "Maatschappij van Weldadigheid". Die organisatie was in 1818 opgericht om de armoede in met name de steden te bestrijden. Ver weg van die steden, in het grensgebied van Drenthe, Friesland en Overijssel, werden landbouwkolonies gesticht, waar de "behoeftigen" aan het werk konden, met als doel dat ze uiteindelijk op eigen benen zouden komen te staan. De Vierdeparten was onderdeel van de kolonie Wilhelminaoord. Iets verder naar het zuidwesten, in Overijssel, werd de kolonie Willemsoord gesticht.

De Maatschappij bestaat nog steeds en is gevestigd in de voormalige kolonie Frederiksoord. Tegenwoordig richt ze zich op het behoud van het rijke erfgoed, dat bestaat uit arbeidershuisjes, boerderijen, fabrieken, scholen, bejaardenhuizen (!), etc. In Frederiksoord is ook museum De Koloniehof gevestigd. Een ander, zeer bijzonder museum is het Miramar Zee(!)museum in het nabijgelegen Vledder. In dat dorp bevindt zich verder "Museums Vledder", drie musea onder één dak: een museum voor hedendaagse grafiek, een museum voor hedendaagse glaskunst én, uniek in de wereld, een museum voor valse kunst.

Behalve een rijke en interessante cultuurhistorie kent het gebied ook een gevarieerde natuur. Direct ten zuiden van Noordwolde ligt het 100 hectare grote Spokebos, met daarin recreatieplas de Spokeplas. Verder naar het zuiden, in Drenthe en Overijssel, worden bosgebieden afgewisseld door grasland, akker en heide. De Noordwoldermeenthe is een heidegebied ten noorden van Noordwolde. Tussen dat gebied en het dorp ligt het Jeudse Karkhof, een door eiken omzoomde Joodse begraafplaats, die boven de afgegraven omgeving uitsteekt. Verder naar het westen ligt het natuurgebied Lendevallei, een gevarieerd moerasgebied aan weerskanten van de Lende. Dat riviertje leent zich uitstekend voor een prachtige kanotocht. Ook voor wandelaars en fietsers biedt het gebied talloze mogelijkheden. Als u een route plant in de buurt van Steggerda, raden wij ijsboerderij De Saks van harte aan als plek voor een korte of langere pauze. Deze Saksische boerderij werd gebouwd in 1731 en is één van de oudste boerderijen van Friesland.

Tekst: © FrieslandWonderland • Foto: © FrieslandWonderland

Ten zuiden van de Lende' op ToeristenkaartFryslân